Keurig op tijd kwam de per internet bestelde taxi ons om half 9 ophalen. Het was nog erg rustig op het vliegveld en we zijn nog nooit zo netjes vroeg bij de gate geweest. Het regende al sinds ‘s morgens vroeg en vanwege het weer maakt het vliegtuig van San Antonio naar Houston een omweg via Corpus Christi en krijgen we ook niets te drinken, want de flight attendants mogen ook niet opstaan. Nu is dat niet zo erg, het is een vlucht van nauwelijks een uur.
Om 12 uur landen we in Houston en we eten eerst wat in een van de foodcourts en lopen dan door naar onze gate in het sinds onze laatste keer hier (reis naar Suriname) verbouwde internationale gedeelte. Het is erg mooi geworden. César installeert zich met z’n laptop om wat achterstallig werk te doen en de meisjes en ik gaan naar wat winkels kijken. Ondertussen begint het nog harder te onweren en ja hoor, het vliegtuig waarmee we naar Bogotá doorreizen is onderweg van Cleveland naar hier omgeleid naar New Orleans. Eerst werd aangekondigd dat we in plaats van 15:50 om 17:50 zouden vertrekken. Uiteindelijk werd het 20:00 voor we de lucht in gingen en kwamen we dus pas even na middernacht aan. Gelukkig was het geen groot vliegtuig en ging immigratie en douane vlot. Buiten stonden m’n schoonzus Julieta, haar man Ricardo, m’n zwager Pedro en z’n vrouw Liliana op ons te wachten. In Julieta’s auto en een taxi redden we allemaal naar het huis van m’n schoonmoeder en na kort te hebben bijgepraat gingen zij naar huis en wij naar bed.
Maandag 28 mei
We slapen allemaal uit en kort nadat we opstaan komt César’s neef Miguel Angel langs. Hij heeft in kamer in de buurt, maar eet over het algemeen bij m’n schoonmoeder. Verder had m’n schoonmoeder ook nicht Aleida en neef Carlos te logeren, die aanvankelijk zondag terug naar Cali zouden gaan, maar besloten een dag extra te blijven om ons te zien. Zij sliepen al toen we aankwamen en dus zien we ze pas vanmorgen. Carlos hebben we alleen gezien toen Pamela net geboren was en hij één jaar was en het is een aangenaam kennismaken. Met Miguel Angel lopen we naar de zaak waar we een huurauto hebben gereserveerd, en gaan dan met de auto naar een voor ons nieuw winkelcentrum “Iserra” om geld te wisselen. Voor de andere Colombia gangers, dit winkelcentrum is op de plaats van de vroegere Pomona supermarket in la Castellana.
En laat ik dan maar direct voor de oud Colombia gangers alle veranderingen afratelen, met excuses voor de niet colombiagangers voor wie een en ander misschien wat verwarrend is. Het meest opvallende is het Transmilenio.
Dit openbaar vervoer systeem gebaseerd op bussen met wegbanen die gereserveerd zijn voor die bussen lijkt op een bovengrondse metro is nu 7 jaar in werking en is een groot succes. De laatste maanden is het volgens verschillende familie en vrienden die er gebruik van maken wel veel drukker geworden, waardoor ze vaak op de oude volle “busetas” lijken en er wordt nu ook meer gezakkenrolt. Sommigen noemen het nu “transmi-lleno” (lleno betekent vol). Maar het is een grote revolutie voor het vervoer in Bogota. Men kan nu van de 170 in het noorden reizen tot naar Usme in een uur, iets wat vroeger meerdere uren en busetas nam. Bij het maken van de speciale busbanen zijn wegen verbreed, veel nieuwe voetgangersbruggen gebouwd (metaal en “doorzichtiger” dan de oudere modellen, zodat je niet zo makkelijk kan worden overvallen) en ook allerlei fiets en wandelpaden, die de stad ook direct een meer open beeld geven. In sommige gevallen (Avenida Suba bij de escuela militar, waar m’n schoonouders wonen, bijv.) zijn de gebouwen langs de wegen verlaten of zijn er muren met veel graffiti achtergebleven. Het verkeer op de wegen waar transmilenio loopt en praktisch geen busetas meer zijn, is stukken rustiger.
Over het algemeen vond ik het verkeer iets beter, ook omdat er veel meer verkeerspolitie is. Maar waar er geen transmilenio is, bijv. Avenida 7a, zijn er nu meer busetas en is het verkeer chaotischer dan ooit. Van de andere kant zijn er op de straten waar nog "gewone" bussen rijden mooie buswachtplaatsen. Taxi's zijn nu allemaal geel en er zijn vooral veel "zapaticos" (schoentjes). Op de foto is het misschien niet zo duidelijk, maar de zapaticos zijn hele kleine autos (denk aan de oude honda civic), maar César heeft een rit in één gehad en zei dat ze verrassend comfortabel zijn.
Er zijn er ook meer verkeersborden en aanwijzingen, niet altijd even duidelijk of op tijd. Veiligheidsgordels zijn nu verplicht voorin de auto. Een tijd mocht je op bepaalde dagen geen autorijden; afhankelijk van of je nummerplaat met een even of oneven nummer eindigde. Dat was geen succes en dat systeem is nu vervangen door “pico y placa”. Met dit system zijn er twee dagen door de week, afhankelijk van het laatste cijfer van je nummerplaat, waarop je gedurende het drukke ochtend en middag verkeer tussen 6 en 9 en 16 en 19 niet mag rijden. De boete als je gepakt wordt is hoog en je auto wordt geblokkeerd zodat je niet verder kunt rijden. Men schijnt zich er dus goed aan te houden en het maakt zeker een verschil in het verkeer.
Er zijn veel nieuwe parken en een tijdje waren er kennelijk helemaal geen straatverkopers meer. Die laatsten zijn nu weer terug, alhoewel nog steeds minder dan 15 jaar terug. Familie en vrienden wijten het aan de huidige burgemeester, maar het feit dat er in het laatste jaar weer enorme aantallen binnenlandse vluchtelingen zijn (door toegenomen geweld op het platteland) zal zeker ook een rol spelen. We zagen ook bijna geen bedelaars of straatkinderen in het centrum, maar volgens de familie is dat alleen maar toeval. San Victorino is weggevaagd en in park veranderd; m’n schoonmoeder zegt dat het prachtig is, m’n schoonzusje zegt dat het nog steeds een plaats is om te vermijden.
Er zijn opvallend veel winkelcentra en grote winkels, waaronder Carrefour, blockbuster (de video winkelketen van de VS), en “home center”, er zijn meer buitenlandse produkten te krijgen, voor prijzen die varieren van vergelijkbaar tot drie maal de prijs in de VS ipv praktisch altijd vier maal zoveel. La Panamericana is nu niet alleen kantoorboekhandel, maar een kompleet warenhuis.
Zoals overal ter wereld heeft de mobiele telefonie heel veel veranderd. Wie geen mobieltje heeft kan op straat in kleine winkels of bij straatverkopers minuten huren. En gingen we vroeger voor het weekend naar de finca (boerderij) van m'n schoonvader zonder kontakt te hebben met Bogota, nu vroeg m'n schoonmoeder ons te bellen toen we aankwamen en m'n schoonvader ook toen we weer terug gingen naar Bogotá, want nu kan dat makkelijk.
Had 15 jaar geleden praktisch iedereen elektrisch fornuis en boiler, nu is er een groot netwerk van gaslijnen en heeft iedereen die we bezocht hebben gas en een Europees model geiser. Voordeel was dat we nu een redelijk warme douche konden nemen bij m'n schoonmoeder. Die had voordien een boiler die ze nooit gebruikte en had in haar badkamer een elektrische douchekop, die maar matig functioneerde.
Verder met maandag: We proberen ook een lokale simkaart voor onze mobiele telefoons te kopen, maar dat blijkt toch niet zo makkelijk. Miguel Angel verzekert ons dat hij wel plaatsen weet waar het makkelijk kan zonder dat het een “locked” sim is met allerlei verplichtingen, maar dat laten we maar langs ons heen gaan. Ik had op het internet gelezen dat “op straat” gekochte simkaarten soms van gestolen telefoons komen. M’n schoonmoeder staat er op ons haar mobieltje te lenen; ze gebruikt het toch praktisch nooit zegt ze… Van ons werken trouwens goed hier, maar zelfs elkaar bellen kost erg veel.
We kopen ook een stadsplattegrond in de boekenwinkel. Toen ik 20 jaar geleden in Colombia kwam was dat moeilijk te vinden; men vond het maar raar, de straten zijn genummerd en je kunt je altijd oriënteren met de bergen aan de oostkant. Maar vooral als er transversalen en straten nummer a, b, c bij komen kan het soms knap verwarrend zijn. Men heeft in de laatste paar jaar stappen genomen om orde te scheppen en de meeste straten en adressen zijn veranderd. In de komende twee jaar moet het oude adres nog te zien zijn op gebouwen en zo, maar daarna zal alles nieuw zijn.
Tegen de avond komt Julieta met haar kinderen July Andrea en Ricardo Andres. Het schooljaar voor scholen die “calendario A” volgen (het meest traditionele voor latijnsamerika) loopt van februari tot November en de kinderen hebben dus gewoon school. Half juni krijgen ze drie weken “midjaar vakantie”. Ricardo komt om 7 uur na z’n werk. Pedro en Liliana komen ook en Aleida heeft heerlijke ossentong in tomaten saus bereid. We geven onze kadootjes en beginnen onze kalender te vullen, want iedereen wil ons te eten hebben. Aan het eind van de avond brengen we Aleida en Carlos naar het grote busstation waar ze intercity bus terug naar Cali (neemt ongeveer 12-14 uur) nemen.
Dinsdag 29 mei
Vrij vroeg komt Angela Victoria, een achternicht van Cesar langs bij m’n schoonmoeder van wie ze al jaren klant is (m’n schoonmoeder heeft jaren een druk kleding atelier gehad met 16 dames die voor haar naaiden. Nu werkt ze bijna niet meer, al heeft ze nog steeds Custodia in dienst die van huis werkt en die we vanmorgen ook weer zien). Na een kopje koffie met Angela (de kwaliteit van de koffie is op veel plaatsen ook veel beter – het zal sommigen misschien verbazen, maar lange tijd werd de beste koffie geexporteerd en wat men te lande verkocht en zette, was maar zo zo) gaan we vandaag maar direkt naar het centrum. Het plan is naar Monserrate te gaan, de bergtop bij Bogota waar een kerk is en dat een prachtig uitzicht over de stad biedt. Maar het regent af en aan en als we in het centrum aan komen kunnen we de kerk niet eens meer zien. We stoppen eerst bij een 24 uur cafeteria op de 7a voor een buñuelo, chocolate en (voor mij) een “agua aromatica” (kruidenthee). De buñuelos zijn de lekkerste die we deze twee weken krijgen en mijn munt thee is niet van een zakje, maar heeft echte verse muntblaadjes erin.
Daarna lopen we verder naar het
Museo de Oro (goud museum). Ze zijn bezig aan een gigantische verbouwing, die pas December 2008 helemaal klaar zal zijn, maar een groot deel van de kollektie is wel te zien en beide meisjes vinden het wel leuk. Het is de moeite waard naar de engelstalige website te gaan (klik op museo de oro), er is veel van het museum te zien met veel informatie.Als we het museum uitkomen hebben we honger. Ik had fotokopies van een Britse Colombia gids die ik in de bibliotheek had gevonden en zij raadden la Casa Vieja aan. (Wij kwamen vroeger alleen als we gasten hadden of zaken moesten doen in het centrum en zelfs César is er niet echt meer thuis, bovendien mag je verwachten dat er veel zal zijn veranderd). Op het adres vinden we ander restaurant Sanalejo, wat fantastisch blijkt, al hebben ze maar een paar typisch colombiaanse gerechten. Als we weer buiten komen blijkt la Casa Vieja iets verder er naast te zijn:)
Dan lopen we verder naar de Candelaria, de oudste buurt van Bogota. Deze buurt is helemaal vernieuwd en is nu vol met druk bezochte bars en restauranten. Onze bedoeling is het museum te bezoeken dat kunswerk van Fernando Botero bevat alsook verschillende werken van andere artiesten uit zijn prive verzameling. Helaas blijkt dat het museum en het er naast gelegen “ Casa de la moneda” dinsdags dicht zijn. We zullen dus zowieso nog eens naar het centrum moeten. We lopen verder naar de Plaza Bolivar en nemen wat foto’s van de kathedraal en het congresgebouw. De kathedraal is alleen open als er een mis gehouden wordt en we kunnen het niet van binnen zien.
Als we links van het congresgebouw verder willen, blijkt dat de straat afgesloten is, al kun je kennelijk wel door als je identiteitsdocumenten laat zien aan de wachthoudende militairen. Ik ontdek dat ik de fotokopies van onze paspoorten thuis ben vergeten en dus proberen we het maar niet.
We lopen naar de rechterkant, want in de Calle 8 was het museo de artes y tradiciones populares. Dat gedeelte van de straat ligt aan de rechterkant van het presidentieel paleis en is helemaal afgesloten. De militairen die wacht houden weten ons niet te vertellen of het museum verhuist is. César besluit de meisjes te wijzen waar hij de middelbare school heeft gedaan. De “Escuela Nacional de Comercio” is in dezelfde straat, tegenover de achterkant van de “Alcaldía”, dat de burgemeester en gemeenteraad huist. We steken de straat over om een foto te maken.
Interessant verhaal. Maakte me weer duidelijk dat ik eigenlijk niks weet over Columbia. Ik heb dDavid, die verkeerskunde studeert, een link van jouw blog gegeven. Hij is erg geinteresseerd in nieuwe verkeerssystemen. Ben benieuwd naar deel 2.
BeantwoordenVerwijderengroeten uit NL