Niet zo vroeg als aanvankelijk gepland, vertrekken we vanmorgen met m'n schoonvader naar Icononzo. Heriberto is gister al met de bus gegaan. Het neemt nogal wat tijd om Bogotá uit te komen, want ten eerste moeten we de halve stad doorkruizen naar het zuiden, dat is ook een bijzonder druk gedeelte. Anders dan we in vlakke landen gewend zijn duurt elke reis hier langer - de afstanden zijn niet zo groot, maar je moet berg op en af en kunt niet zo snel rijden. Op lange weekenden gaan Bogotanen en masse de stad uit, maar dit is een gewoon weekend en dus is het niet zo druk op de weg. We rijden bergaf; Bogotá ligt op 2640 m hoogte en Icononzo op 1304 m. Bogotá ligt op een vlakte door hogere bergen omringd en de meeste gedeeltes waar je rondrijdt zijn vrij vlak. Het is dus pas als je de stad uitrijdt dat je echt voelt dat je in bergland bent, met alle mooie uitzichten die daar bij horen. Door de hoogte is het in Bogotá, ondanks dat het dicht bij de equator ligt, vrij fris: de gemiddelde temperatuur is 14 graden. Een uurtje bergaf en dan zit je echt in de tropen. M'n schoonmoeder ging vroeger graag naar de markt in Pandi en dan gingen we weleens om 4 uur van huis, met truien aan ('s morgens vroeg kan het dicht bij het vriespunt komen) en die kon je dan halverwege uit doen.
We stoppen in Silvania, waar langs de hoofdweg aan beide kanten een reeks eettentjes zijn, gericht op alle toeristen.
Tegen lunchtijd komen we in Pandi, waar m'n schoonvader een boerderij had toen we nog in Colombia woonden en we regelmatig voor het weekend kwamen. We eten in een restaurant dat aan het plein ligt (elke plaats heeft een centraal plein "parque" met daarom heen de kerk, het kantoor van de burgemeester en gemeenteraad en andere belangrijke gebouwen).
Na wat foto's genomen te hebben gaan we verder. Icononzo ligt in een ander "departamento" en de departamentos hebben meer onafhankelijkheid gekregen op verschillend gebied in de afgelopen 15 jaar. Opvallend is dat de wegen in Tolima (waar Icononzo en Melgar in liggen) een stuk beter zijn dan in Cundinamarca (Bogotá). We stoppen even bij "el puente natural", waar rotsen een natuurlijk brug vormen over de Sumapaz rivier. Er is een gewone brug over gemaakt en de echte natuurlijke brug is moeilijk te zien. Maar je kunt wel ver in de diepte de rivier tussen de rotsen zien kolken. Dan zijn we officieel al in Icononzo, maar voor we het stadje aankomen zijn we al bij het eerste terrein van m'n schoonvader, waar het huis ligt. Dit huis is gebouwd nadat wij zijn vertrokken en is opgezet met het idee dat het ook als weekend verblijf voor Julieta en Pedro kan dienen. Een tijdje gingen ze er ook regelmatig heen. Toen kwam er een periode van grote onveiligheid waarbij velen niet meer over land de stad uitgingen. Nu is de situatie weer veel beter en alle buitenplaatsen bloeien weer op.
Heriberto begroet ons samen met Duque, de hond, drinken wat, nemen foto's van het huis en bekijken de laatste verbeteringen die m'n schoonvader heeft aangebracht. Het terrein doorkruizend lopen we terug naar de weg om wat spullen te brengen naar doña Dora. Haar man heeft een boerderij die grenst aan dat van m'n schoonvader en daar hebben we haar jaren geleden weleens ontmoet; ze kon zich Pamela nog herinneren. Kennelijk brengt de boerderij niet genoeg op en ze heeft dit stuk grond aan de weg gekocht en woont daar met kinderen en kleinkinderen en haar bejaarde moeder en runt een bar. Haar dochter in Bogotá koopt moeilijk te krijgen spullen voor de zorg van de grootmoeder en m'n schoonvader brengt het dan mee. Duque is bij doña Dora geboren en als m'n schoonvader er niet is weet hij dat hij bij doña Dora eten krijgt. Als we langs de weg teruglopen, hier en daar stoppend zodat m'n schoonvader buren kan groeten, begint het te regenen en wordt het te laat om door te gaan naar de grotere finca.
Zondag 3 juni
Alhoewel wij bereid zijn alsnog vandaag naar het andere grotere terrein te gaan, wijkt m'n schoonvader kennelijk liever niet van z'n routine en gaan we dus naar Icononzo. Zoals ik al zei is het in deze plaatsen op zondag marktdag - mensen komen naar het dorp om naar de kerk te gaan, naar de markt, mensen te ontmoeten, en zaken te doen. Toen we hier nog woonden was de markt op het centrale plein, maar nu hebben Pandi en Icononzo (en waarschijnlijk meer plaatsen) een aparte markt "hal". Dat is natuurlijk fijn voor als het regent, maar de ruimte is veel kleiner en hoe men bepaalt wie een plaats krijgt weet ik niet. Dat het niet toereikend is blijkt wel uit de verschillende verkopers die we langs de straten rond de markt zien, zoals deze verkoper met z'n varkentjes.
We nemen een route achterom die ons eerst hogerop de berg leidt en dan weer naar beneden. Melgar ligt op 323 m hoogte, heeft echt tropische temperaturen, en is een inlandse badplaats voor Bogotanen. Het is laag seizoen, maar zelfs met dat in gedachten vinden we het er toch zeer vervallen uitzien in vergelijking met jaren geleden. Later zegt Beatriz ons dat men nu meer naar andere plaatsen gaat, zoals Tocaima. Wij hebben geboekt in Los Toboganes del Melgar, op aanraden van Julieta, en we blijven er maar voor die ene geplande nacht, maar het is beslist geen aanrader. Maar goed, we kunnen van wat heerlijk warm weer genieten en zwemmen en Sophia vindt zelfs twee vriendinnetjes. Het restaurant is officieel open, maar bij de lunch op zondag (als het nog vrij druk is, want er zijn dagjes mensen om te zwemmen) hebben ze geen van de gerechten die we van het menu kiezen en we gaan maar ergens anders eten. De lunch wordt een druk bezocht lokaal restaurantje en 's avonds gaan we naar de andere grote colombiaanse fast food keten: "Kokoriko". Deze is begonnen als één van vele rotisserie stijl kip standjes. Ongeveer in 1990 begonnen ze met restauranten amerikaanse stijl en een uitgebreider menu, met kipbroodjes, etc. Ook zij hebben nu een aantal tex-mex gerechten op het menu, die wij natuurlijk overslagen, want dat hebben we in San Antonio in alle mogelijke variaties. Bij de kip geven ze je tegenwoordig plastic handschoenen.
Maandag 4 juni
Voor het ontbijt gingen we naar "El Parador Rojo", een wegrestaurant dat 24 uur open is. Na nog even zwemmen, vertrokken we naar Girardot, een andere vakantie plaats iets verder. We reden eerst door de stad tot de rivier, La Magdalena, de belangrijkste en langste rivier in Colombia. We gingen even de brug over en keerden na Flandes terug. Toen gingen we op zoek naar el Peñón, in de hoop daar lunch te kunnen eten. We zijn er nooit geweest, maar het was een exclusieve golf club. We vragen de weg en als we dichterbij komen ziet alles er nogal vervallen en verlaten uit. Maar uiteindelijk komen we er toch; het is nu van Compensar, een andere caja de compensación. We kunnen er inderdaad lunchen en er is een verrukkelijk buffet. We lopen nog even rond en spreken af dat we volgende keer maar hier moeten logeren voor ons weekendje weg. Dan rijden we terug naar Bogotá; ditmaal via de grote weg, ook omdat we de meisjes de Nariz del Diablo (neus van de duivel) willen laten zien. Dit is een gedeelte van de rotswand die over de weg hangt. Het is geen plaats waar je even langs de weg kunt stoppen voor een foto, dus je moet vlug van de eenmalige kans vanuit de auto gebruik maken.
Er is niet veel verkeer tot we ten zuiden van Bogotá komen; zoals op de heenweg is het gedeelte door Soacha en Bosa heel druk en chaotisch, niet in de laatste plaats door alle bussen die links en rechts inhalen en stoppen zoals het hun en hun passagiers het beste uitkomt. Uiteindelijk is het 19:30 als we thuis komen.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten